De behandeling in fasen


1.
Voordat implantaten kunnen worden geplaatst wordt er uitgebreid onderzoek gedaan: de implantoloog kijkt bij u in de mond en maakt Röntgenfoto’s en/of een 3D-CT scan. Hierdoor wordt de hoeveelheid en de conditie van het kaakbot beoordeeld.
Ook wordt gekeken of de algemene gezondheid goed is. Een duidelijk beeld wordt gevormd van de problemen en wensen die u op tandheelkundig gebied heeft.
Hiermee wordt een behandelplan gemaakt wat met u besproken wordt.


2. De implantaten worden geplaatst. Eerst wordt er plaatselijke gewone verdoving gegeven. De behandeling is volledig pijnloos.
Er wordt een sneetje in het tandvlees gemaakt, dit wordt wat opzij geschoven, er wordt met een speciaal boortje een gaatje geboord in het kaakbot wat in vorm en afmeting precies correspondeert met het te plaatsen implantaat. Na het plaatsen van het implantaat, wat niet boven het bot uitsteekt, wordt het tandvlees eroverheen gehecht.

3. Nu volgt er een fase van ongeveer drie maanden waarin het implantaat onder het tandvlees echt in het bot vastgroeit. Het zit onder het tandvlees en het wordt nog niet belast -er zit nog geen kroon of gebit op- omdat het op deze manier het best vastgroeit.
Het oude kunstgebit wat nog niet vastzit aan de implantaten kan gewoon gedragen worden in deze periode.

4. Na deze integratieperiode worden de implantaten opgezocht onder het tandvlees door een klein sneetje boven elk implantaat te maken en er een opbouwtje op te schroeven. Soms wordt het opbouwtje al bij stap 2 geplaatst en dan hoeft het tandvlees later dus niet opnieuw opengemaakt te worden.

5. De tandarts-implantoloog of uw eigen huistandarts kan nu de implantaten voorzien van de "suprastructuur", dit wil zeggen de kroon op het implantaat of het kunstgebit op de implantaten, al naar gelang er gepland is.
Voor de behandeling
Na de behandeling.