Vragen die va
ak worden gesteld


Hoe hoog is de kans dat er iets niet goed gaat?
De implantaten groeien bijna altijd vast, de succespercentages zijn ongeveer op langere termijn zo’n 98%, wat erg hoog is vergeleken met andere tandheelkundige behandelingen.
Wel is het zaak dat er een goede planning wordt gemaakt waarbij duidelijke protocollen worden gevolgd.
Mocht het gebeuren dat het implantaat toch niet vastgroeit, iets wat bijna nooit voorkomt, dan kan de tandarts-implantoloog het implantaat er uithalen en na genezing er een nieuw implantaat in plaatsen.

Is de behandeling pijnlijk?
De behandeling waarin de implantaten worden geplaatst is volledig pijnloos! Dit is een uitgangspunt voor de hele behandeling.
Tot enige tijd na de behandeling- variërend van een dag tot ongeveer een week- kan er napijn bestaan. Hiervoor krijgt u een goede pijnstiller en andere medicijnen waardoor deze ongemakken goed bestreden kunnen worden.

Hoe lang duurt het totale behandeltraject?
Tussen het eerste bezoek en de feitelijke behandeling zit ongeveer één a twee maanden, omdat behandelingen vaak kunnen worden aangevraagd bij de zorgverzekeraar zodat er een machtiging of gedeeltelijke vergoeding kan worden gegeven.
Na plaatsing is er een vastgroeiperiode van 6 tot 12 weken.
Hierna kan de "suprastructuur" erop gemaakt worden. Dit neemt al met al vier tot zes weken in beslag.

Voordat alles klaar is bent u zo’n vier tot acht maanden verder. Als er een uitgangssituatie bestaat waarin er bot moet worden opgebracht voordat er geďmplanteerd kan worden, kost dit nog zo’n drie maanden extra.

Wat zijn de kosten?
Het is onmogelijk om concrete bedragen te noemen. Een en ander is geheel afhankelijk van de uitgangssituatie en wat de wensen zijn. Voordat er behandeld gaat worden wordt er natuurlijk een goede prijsopgave gemaakt, die met u besproken wordt.
Verzekeraars vergoeden soms (een deel van) de behandeling.
In de situatie van een tandeloze geslonken kaak waarin het kunstgebit te los zit kan er bijvoorbeeld na goedkeuring van de verzekering een aanzienlijk gedeelte vergoed worden, waardoor er een relatief kleine eigen bijdrage resteert.